juffrouw zonder zorgen haarlem
koffiebonen wijngum juffrouw koffiekop taart muffins vaas

Het Proveniershofje (1591)


De eerste hofjes ontstonden al in de 12e eeuw, deze waren bestemd voor de Begijnen van de Kerk. Later zijn er ook hofjes voortgekomen uit zogenaamde gasthuizen. Dit waren letterlijk huizen voor gasten – een soort herbergen – waar men de nacht kon doorbrengen. In de loop van tijden werden deze gasthuizen omgebouwd tot ziekenhuis zoals het St. Elisabeth’s Gasthuis of tot hofje zoals het Vrouwe en Antonie Gasthuis. Weer andere hofjes zijn gesticht door kerkenraden, die zich uit religieus oogpunt verplicht voelden de armen aan een vorm van huisvesting te helpen.

Daarnaast zijn er diverse hofjes ontstaan doordat niets menselijk onze voorouders vreemd was. Uit ijdelheid werden er hofjes gebouwd met als belangrijkste bedoeling, dat de daaraan gekoppelde familienaam tot in lengte van dagen voort zou blijven leven. Dit deed zich voornamelijk voor in de 17e en 18e eeuw toen er grote welvaart heerste. Het beleid kwam veelal in handen van een daartoe in het leven geroepen stichting. Ook door de gilden – een soort “vakvereniging”, waarin de beoefenaars van een ambacht zich verenigen – zijn hofjes gesticht ten behoeve van arme leden of gedienstigen.

Voorbeelden hiervan zijn het Brouwershofje en het voormalige Coomanshofje. Wij kennen drie soorten hofjes: kerkelijke hofjes, stichtingshofjes en gildehofjes. Daar de praktijk leerde, dat mannen slecht een eigen huishoudentje konden bestieren, werden de hofjes bestemd voor weduwen en arme ongehuwde vrouwen boven de 60 á 65 jaar. De heren der schepping werden ondergebracht in oudemannenhuizen zoals in het gebouw waarin nu het Frans Halsmuseum is gehuisvest.

De huisjes, destijds “cameren” genoemd, bestonden veelal uit 1 kamer met een kookgelegenheid en dikwijls een klein zoldertje. Zij werden – afgesloten van de straat – rond een tuin met gemeenschappelijke pomp gebouwd. Ieder hofje beschikte over een regentenkamer (achterzaal van Juffrouw zonder Zorgen), gelegen in het hoofdgebouw, waar de regenten en regentessen, die het beleid voerden en nog voeren, vergaderen. Elk hofje kent zijn eigen reglementen, waaraan de bewoners zich, op straffe van geldboetes, strikt dienden te houden. Vaak werd daar ondermeer in bepaald, dat de bewoonsters bij ziekte of overlijden burenplicht dienden te vervullen.

De meeste hofjes beschikten over bezittingen in de vorm van buiten de stad gelegen land, waarvan de opbrengsten waren bestemd voor het financieren van het onderhoud en de preuves. Preuves waren gaven, die de bewoonsters ontvingen in de vorm van turf, spek, brood, bier e.d. Wat en hoeveel zijn kregen, varieerde per hofje. In deze eeuw zijn diverse hofjes in handen van de gemeente overgegaan of worden zij financieel door de gemeente gesteund. Het wooncomfort is bij de meeste aangepast aan de eisen van deze tijd. Het sanitair is gemoderniseerd, op zolder werd, waar dit mogelijk was, een slaapkamertje gebouwd enz. Een grondige restauratie en modernisering onderging o.a. het Proveniershofje, het enige waar ook echtparen mogen wonen.

Na het poortje te zijn doorgestapt staat u in de rust en ruimte van het hofje. Het zal u onmiddellijk opvallen, dat het hier anders is dan in andere hofjes. De meeste hofjes zijn stichtings- en/of gildehofjes. Proveniershofjes vielen onder het beheer van het stadsbestuur en waren bestemd voor behoeftige ingezetenen. Ook echtparen konden er wonen. U treft hier dan ook geen één-kamerwoninkjes aan. De tuin maakte ooit deel uit van een kloostertuin van het hier gelegen St. Michaëlsklooster.

Uit de poort komend, ziet u hiervan rechts in de hoek nog een restant. Het onderstuk van het gebouw daar – in grijs natuursteen, met getraliede vensters – is het laatste dat er van het 15e eeuwse klooster rest. Wandelt u langs de huisjes, dan valt op dat iedereen hetzelfde huisnummer heeft alleen de er aan toegevoegde letters verschillen.

Ieder hofje beschikte over een regentenkamer (achterzaal van Juffrouw zonder Zorgen), gelegen in het hoofdgebouw, waar de regenten en regentessen, die het beleid voeren vergaderen.

Voordat de Juffrouw er in kwam heeft ook Huisvesting en Sociale Zaken nog in het gebouw gezeten.